Hondsrug Drenthe Kwartet
 
 

Laat je inspireren!

Speel het Hondsrug kwartetspel en laat je meenemen in de tijdloze ontdekking van Hondsrug Drenthe. Laat je inspireren door de prachtige natuur, historische gebouwen, heerlijke streekproducten en maak kennis met de ‘bekende gezichten’ van de Hondsrug. Alle mooie plekjes uit het kwartetspel zijn terug te vinden op de beleefkaart achterop de spelregels. Nu verkrijgbaar bij o.a. het Tourist Info Point in Borger. Speel, ontdek en geniet!


‘Bekende’ gezichten

Van een Schilder, tot reuzen, van een non met kennis van kruidengeneeskunde tot de Witte Wieven die in de mist over de heidevelden trokken. De verhalen van deze personen die op de Hondsrug leefden blijven we doorvertellen.

Ellert en Brammert zijn twee ruwe reuzen op de heide in Schoonoord. Deze reuzen hebben zelfs hun eigen openluchtmuseum in Schoonoord: ‘Ellert & Brammert’. De twee reuzen zijn ook te vinden bij de ingang van het museum. Ellert en Brammert leefden op het heidegebied Ellertsveld, tussen het huidige dorp Orvelte en de plaats Schoonoord. Reus Ellert was de vader van Brammert. Samen hadden ze een onderaards hol gemaakt op de heide, waar de ruwe reuzen leefden.

Geïnspireerd door onder andere zijn vriend Anthon van Rappard (1858-1892) arriveerde Vincent op 11 september 1883 per trein in Hoogeveen vanuit zijn voormalige woon- en werkplaats Den Haag. Na circa twee weken nam hij de trekschuit richting Nieuw Amsterdam/Veenoord en vond onderdak in het logement van Hendrik Scholte, waar nu het van Gogh Huis gevestigd is. Ondanks dat de periode die Vincent in Drenthe doorbracht van relatief korte duur was, is het in veel opzichten een belangrijke periode geweest voor zijn ontwikkeling. Het was een eenzame tijd waarin hij geen hulp van of contact had met andere kunstenaars, maar het landschap, de bewoners en de oorspronkelijkheid van Drenthe maakten een onuitwisbare indruk op hem, die hij in zijn schilderijen, tekeningen en aquarellen vastlegde. Op 4 december keerde Vincent vanuit Nieuw-Amsterdam terug naar Hoogeveen, waar hij de dag erna de trein naar Nuenen nam.

Witte Wieven zijn van oorsprong mythische wezens die als vrouwfiguur in traditionele volksverhalen voorkomen. Volgens deze verhalen woonden de Witte Wieven in grafheuvels en Hunebedden en kunnen ze zowel goedaardig als kwaadaardig zijn. In Drenthe worden mistflarden en mistbanken ook wel Witte Wieven genoemd en associëren direct met de mythes over deze zwevende witte spookachtige vrouwen.

Zuster Engel (officieel: Zuster Maria ter Engelen van de Orde Franciscanessen) is een echte beroemdheid in het dorp Weiteveen, gelegen in natuurgebied Bargerveen. Van 1932 tot 1995 woonde zij als buurtzuster in het klooster, dat nu als Veenloopcentrum dienst doet. Ze was erg goed in de kruidengeneeskunde en maakte zelf nuttige zalfjes en medicijnen. Hiermee liep ze soms wel tot 15 km te voet (ook 's nachts met een lantaarn) door het ruige veenlandschap, over onbegaanbare zandpaden, om zieke mensen te helpen. De nonnen tilden het onderwijs van de grond en zorgden voor verpleging en zielenrust. Geen wonder dat in Weiteveen nog altijd met veel respect over de Witte Zusters wordt gesproken, de nonnen die daar tussen 1930 en 1995 woonden en werkten.

Dieren

Het ene dier goed zichtbaar, de andere laat zich zelden zien. Een enorme verscheidenheid van dieren leeft op de Hondsrug en geniet, net als de mens, van de rust en ruimte van het grote gebied.

Adders zijn duidelijk te herkennen aan de zigzagstreep op hun rug en de ogen met een verticale pupil. Alhoewel de adder een giftige slang hoeven we niet bang voor deze slag te zijn. Adders bijten alleen als ze zich sterk bedreigd voelen, bijvoorbeeld als iemand ze vastpakt of als ze in de verdrukking komen. Dat de adder op de Hondsrug leeft is te begrijpen. Hoge zandgronden of vochtige omgevingen, de adder voelt zich er thuis.

Een Bever is een waterknaagdier en tevens het grootste knaagdier van Europa. Op het moment leven er ongeveer 180 bevers in de provincie Drenthe. Nu (voorjaar 2021) zijn er een tiental burchten te vinden van het Noord-Drentsche ‘de Punt’ tot aan voorbij Gasteren (Gasterse Diepje). Uit onderzoek blijkt dat Bevers een positief effect hebben op het ecosysteem en de biodiversiteit doordat ze graven en holen en dammen bouwen. De verandering aan de omgeving die dan ontstaat is goed voor veel voor grote en kleine waterdieren en planten.

Het Drents heideschaap is vermoedelijk het oudste schapenras in West-Europa. Migranten brachten het ras waarschijnlijk vanuit Frankrijk mee naar Nederland, waar het al vanaf 4000 v.Chr voorkomt, met name in Drenthe. Het Heideschaap is vrij klein dat nog dicht bij de natuur staat en heeft een ranke en lange bouw, zodat ze zich gemakkelijk kan bewegen in minder toegankelijke natuurterreinen. Het heeft weinig zorg nodig en kent een hoge mate van zelfredzaamheid.

De Schotse hooglander, is een meestal roodbruin runderras dat oorspronkelijk uit Schotland komt. De Schotse Hooglander wordt ook wel Highland Cow genoemd. De Schotse Hooglander heeft lang haar en lange horens. Ze leefden ooit in het westen van Schotland en de Hebriden-eilanden voor de Schotse westkust. In 1986 kwam de eerste Schotse Hooglander naar Nederland. Nu leven er in ons land zelfs meer Schotse Hooglanders dan in Schotland zelf: een dikke duizend! Schotse Hooglanders zijn te zien op het landgoed “De Vossenberg”.

Dorpen en steden

Op de Hondsrug liggen dorpen en steden waarvan de geschiedenis teruggaat tot in de Middeleeuwen. Alle dorpen waren belangrijke plaatsen op de route over de Hondsrug.

Borger is dé Hunebedhoofdstad van Drenthe. In de Middeleeuwen wordt dit dorp voor het eerst genoemd en is de plaats waar het grootste hunebed van Nederland ligt; de D27. Ook vind je in Borger het enige echte ‘Hunebedcentrum’ met garantie voor een leuk dagje uit voor jong en oud. Houd je meer van de natuur? In boswachterij Gieten-Borger kun je lopen tussen de boomtoppen! Bij het Boomkroonpad starten verschillende wandelroutes en is er voor de kleine avonturiers het Lorken Speelbos en een Kabouterpad.

Coevorden is een vestingstad in de provincie Drenthe. In 1215 moest het gebied verstevigd worden door de bisschop van Utrecht. Daardoor werd Coevorden een vestingstad. Coevorden heeft het enige kasteel van Drenthe en wordt als stad ook wel de poort naar Drenthe genoemd. De naam komt van een plaats waar boeren hun koeien via een doorwaadbare plek (Koevoorde) door een rivier lieten gaan. De stervorm met de gracht om de stad herinneren nog aan de vesting Coevorden. In het centrum van Coevorden zijn diverse oude gebouwen en andere bezienswaardigheden te vinden, die herinneren aan de glorietijd van Coevorden, zoals het Arsenaal en het Kasteel van Coevorden. Elk jaar vindt in Coevorden de Ganzenmarkt plaats n.a.v. de vroeger verhandelde ganzen.

Een sfeervol centrum, een prachtig plein, een stadspark, winkels, restaurants en het bos om de hoek. Van de rust en ruimte in het stadspark tot hippe concept stores in het overdekte winkelcentrum. Van gezellige terrasjes tot hunebedden. Van de Vlindermarkten in de zomer tot een overdekte ijsbaan in de winter. Van een dagje Wildlands Adventure Zoo tot het openluchtmuseum het Veenpark.

Voor 1813 was Rolde het hoofddorp van landschap Drenthe, welke gelegen is op een kleinere rug naast de Hondsrug, namelijk de Rolderrug. Van oorsprong is Rolde een esdorp met verschillende Brinken. De kerktoren van de gotische Jacobuskerk in Rolde is van ver te zien. Reizigers over de Hondsrug tussen stad Groningen en Coevorden gebruikte de kerktoren als herkenningspunt. De eeuwenoude karrensporen op het Balloërveld wijzen ook allemaal naar de toren van Rolde.

Historische gebouwen

Verspreid over de Hondsrug liggen Historische gebouwen waarvan, bij sommige, de oorsprong teruggaat naar de Steentijd; 30.000 jaar voor Christus. De nagebouwde bouwwerken geven een goed beeld van de geschiedenis op de Hondsrug.

De boo in Zuidoost-Drenthe worden al genoemd in 1515. Maar de eerste formele vermelding in de belastingregisters stamt uit 1654. Vrijwel iedere boerderij in deze streek had in die tijd een of meer booën. Een boo was een stal voor het vee, met een klein woonkeukentje voor de knecht, de booheer. Door de kudde te verdelen over verschillende booën had het vee altijd voldoende voer, ook als het land drassig was. De knecht overnachtte in de boo zodat hij niet iedere avond terug hoefde met het vee naar de boerderij.

Het mesolithicum begint rond 9000 v. Chr. en eindigt 5300 v. Chr. Het mesolithicum wordt ook wel tijd van de jagers en verzamelaars genoemd. Wat heel bijzonder is, is de vondst van enkele hut plattegronden. De structuren van deze hut vormen cirkels in de grond waar grote stenen omheen lagen, waarschijnlijk bedoeld om de randen van de hut aan de grond te verstevigen. Bij de cirkels zijn vuurplaatsen gevonden en een heleboel resten vuursteen. Uit onderzoek blijkt dat er in deze mesolithische hutten ongeveer 25 jagers/verzamelaar per hut hebben geleefd. In het Oertijdpark staat een reconstructie van een dergelijke mesolithische hut.

Een plaggenhut is een eenvoudige met heideplaggen bedekte hut. Een met muren versterkte plaggenhut wordt een versteende plaggenhut genoemd. Ook kunnen plaggenhutten daken hebben van riet, dakleer of zelfs golfplaat. Plaggenhutten waren te vinden in de armste gebieden van Nederland, vooral in Drenthe, Friesland, Overijssel, en in de Brabantse veengebieden. Plaggenhutten werden bewoond door de allerarmste arbeiders, vaak met grote gezinnen. Plaggenhutten zijn te vinden in Borger, Aa en Hunze, Odoorn, Emmen en Coevorden.

Een spieker is een plek waar graan wordt opgeslagen, maar wel iets anders dan een graanschuur. In een graanschuur worden de korenschoven na de oogst opgeslagen, voordat ze gedorst werden. In een spieker werd tijdens de Steentijd en Bronstijd het graan opgeslagen om te zorgen dat het goed droogde en er geen ongedierte bij kon komen. Het graan werd regelmatig omgeschept in de Spiekers. Het verschillen tussen een graanschuur en een Spieker is voornamelijk het tijdperk waarin deze gebruikt werden en daarbij ook het uiterlijk.

Hunebedden

Hunebedden zijn de oudste monumenten in Nederland. Deze prehistorische grafkelders zijn circa 5.000 jaar geleden gebouwd door het Trechterbekervolk en liggen bijna allemaal op de Drentse Hondsrug.

Tegenover het voormalig station in Eext, ook wel Eexterhalte genoemd ligt een van de grotere Hunebedden met 18 draagstenen en twee sluitstenen. Op de stenen zijn duidelijke boorgaten te zien waar in het verleden buskruit in werd gestopt om met een heuse ontploffing de stenen kleiner te maken. In 2019 is een deksteen van deze Hunebed gevallen, nog onbekend hoe dit is gebeurd. Begin 2021 is doormiddel van nieuwe lasertechnologie en 3D foto’s de eerste stap naar herstel van het unieke D14 Hunebed gezet.

De D27 is het grootste hunebed van Nederland, welke nog ouder is dan de Piramides en Stonehenge! Als je er voor staat kom je erachter hoe groot en indrukwekkend het monument is. Alleen al de grootte van de stenen is onvoorstelbaar. De grootste steen weegt meer dan 20 ton en dan te bedenken dat deze zo’n 150.000 jaar geleden met een ijstijd hierheen is geschoven, helemaal vanuit Zuid-Finland. We denken te weten hoe een hunebed gebouwd is, maar of dat ook zo is is nog steeds een grote vraag.

Hunebed D43 nabij Emmen werd vroeger Bruyn Stien en De Grafkelders genoemd en is het enige hunebed in Nederland van het langgraf-type. In Duitsland en Denemarken zijn meer langgraven. Het dateert van ongeveer 3000 voor onze jaartelling. Het ligt nabij het centrum van Emmen achter de museumboerderij de Nabershof.

Hunebed D49, het enige hunebed met een naam heet ook ‘De Papeloze Kerk’
De Papeloze Kerk is een Hunebed bij Schoonoord. Een paar honderd jaar werden bij Hunebedden diensten gehouden door de hervormde geestelijken. Het hunebed werd als podium gebruikt. Een hunebed is voor de helft bedekt met een zandheuvel zoals hij ooit oorspronkelijk gebouwd zou zijn. De naam Papeloze kerk komt van Papeloos wat wil zeggen: zonder dat er een katholiek priester (een "paap") bij aanwezig was.

Musea

Op diverse plaatsen wordt de rijke geschiedenis van de Hondsrug vertelt, waarin ook muziek een belangrijke rol speelt.

Het C+B Museum in Grolloo is een museum over de voormalige Nederlandse bluesband Cuby + Blizzards. Op 1 juni 2011 werd het museum geopend in de boerderij aan de Voorstreek waar de leadzanger Harry Muskee, ofwel 'Cuby', van 1965 tot 1971 woonde. In het museum worden zowel permanente als wisselende expositie getoond over Cuby + Blizzards en Harry Muskee. Daarnaast zijn er apparatuur, instrumenten, zeldzame platen, foto’s, video’s en andere documentatie te zien uit de periode van 1965 tot 2011. Leuk om te weten: Het tweede studioalbum van de bluesband C+B heet ‘Groeten uit Grolloo’.

Het Veenpark vertelt het verhaal van het Drentse Veen. Het verhaal van de natuur, de mensen, hun werk en hun leven in de turf. Met twee smalspoortreinen en een vaartocht met de boot beleef je het leven van die tijd. De bakker, de turfsteker, de kruidenier en de klompenmaker zijn elke dag aan het werk.

Het Hunebedcentrum is een archeologisch museum in het Drentse dorp Borger, op een steenworp afstand van het grootste hunebed van Nederland. Het museum beschikt over een museumwinkel, een museumcafé en een kenniscentrum. In het Hunebedcentrum beleef je de tijd van de hunebedbouwers en kom je te weten hoe de reusachtige stenen in het Hondsruggebied terecht zijn gekomen. 150.000 jaar geschiedenis van het Hondsruggebied vind je hier terug. De ijstijden, de mammoet, de eerste bewoners, je ziet het allemaal voorbij komen.
In het Oertijdpark ervaar je de echte prehistorie en beleef je hoe de ‘vroegste’ mensen hier leefden.

Het verhaal over oorlogen en belegeringen is te vinden in het Stedelijk Museum. Het Stedelijk Museum heeft een driedimensionale, bewegende projectie van de oude vestingstad Coevorden. Het Stedelijk Museum bevindt zich in het Arsenaal, een monumentaal pand in het centrum van de vestingstad. Coevorden heeft een boeiende, maar heftige geschiedenis achter de rug vol oorlog, vernietiging en een eeuwig durende strijd om de macht. In het stedelijk museum is een vaste collectie wisselende tentoonstellingen en diverse kinderactiviteiten.

Streekproducten

Dat de liefde van deze streek door de maag gaat, wisten de inwoners al lang. Heerlijke Drentse streekproducten zijn nu nog volop te koop. Van een enkele bestaat alleen het recept nog maar…

Dit typisch Drents gebak heeft naast de vorm van turf ook de herkenbare donkere kleur. Drentse Turf is een typisch Drents gebak, cake in de vorm van turf. Elke Drentse bakker heeft de Drentse turf in de bakkersvitrine liggen, maar iedere bakker geeft hier vaak zijn eigen draai aan. De bereidingswijze kan dus variëren, maar om het Drentse turf te noemen moet de cake altijd in de vorm van een turf gebakken zijn. Het traditionele Drentse turf is gemaakt van een laag koek, vruchten in combinatie met noten en daarop een laag heerlijke kruidkoek.

Een IJzerkoek, ook wel kniepertie of iezerkoekies genoemd in het Drents, is een krokante wafel, dun en zoet die traditioneel rond de jaarwisseling wordt gebakken in met name Drenthe, Groningen en Twente. IJzerkoeken worden gebakken in speciale wafelijzers. Vroeger waren dit gietijzeren knijpijzers die boven het haardvuur werden gehouden. Nu worden elektrische wafelijzers gebruikt. In Coevorden werden op nieuwjaarsdag ijzerkoeken of knieperties uitgedeeld aan minderbedeelden.
Wanneer de kniepertjes direct na het bakken opgerold worden zijn het 'nieuwjaarsrolletjes'. De ingrediënten voor ijzerkoeken bestaan uit suiker, boter, ei, bloem en kaneel.

Poffert is een eenvoudig ouderwets Drents brood gerecht gemaakt van zelfrijzend bakmeel, eieren, een snufje zout, suiker en een scheut melk. De luxere versie bevat krenten of rozijnen en wordt geserveerd met boter en stroop/bruine suiker. Tegenwoordig kent met het gerecht als toetje, maar van oorsprong was dit een een goed vullende hoofdmaaltijd voor de boeren. Je kan de poffert op vele manieren bereiden: in de oven (bakken), au bain-marie in een poffertvorm of met deksel in een ‘wonderpan’.

De Zuidlaarderbol is een groot rond brood van deeg en roggemeel met zowel rozijnen als krenten in het brood verwerkt. In het begin van de twintigste eeuw is het krenten- en rozijnenbrood uit Zuidlaren door de lokale bakkers ‘Zuidlaarderbol’ genoemd. De Zuidlaarderbol is een stevige broodsoort welke wordt gezien als erg voedzaam en daarmee ideaal voor boeren, burgers en paardenlui die naar de paardenmarkt in Zuidlaren komen. De Zuidlaarderbol is dan ook nog steeds de bestverkochte lekkernij op de Zuidlaardermarkt.

Uitkijkpunten

Zo prachtig is de beleving van de Hondsrug op de grond, zo indrukwekkend is de Hondsrug bekeken vanaf hoogte. Op diverse plaatsen staan uitkijktorens die een uniek uitzicht bieden over het gevarieerde gebied.

Bovenop de Kymmelsberg heb je prachtig uitzicht over het stroomdal van het Schipborgsche diep, oftewel de kronkelende Drentsche Aa. Op sommige plekken aan de rand van het beekdal van de Drentsche Aa liggen zandduinen. Bij het dorp Schipborg vind je de hoogste zandduin, namelijk de Kymmelsberg. Deze natuurlijke heuvel van stuifzand is de perfecte plek om even uit te rusten na een heerlijke wandeling en te genieten van het unieke uitzicht.

Over heel Nederland werden in de jaren vijftig deze betonnen uitkijktorens van het Korps Luchtwachtdienst (KLD) gebouwd, bedoeld om laagvliegende vliegtuigen waar te nemen, die lager vlogen dan de radar kon waarnemen. De torens werden volgens een standaard ontwerp gebouwd op plaatsen waar geen bestaand hoog gebouw beschikbaar was om een post op in te richten. In totaal zijn er 138 luchtwachttorens gebouwd. Nadat het KLD werd opgeheven zijn de meeste torens gesloopt, deze is bewaard gebleven en staat ten zuidoosten van de grensovergang Schoonebeek - Emlichheim.

De Poolshoogte is een heuvel met uitkijktoren in boswachterij Odoorn met fantastisch uitzicht over de wijde omgeving. In 1943 werd in opdracht van Boswachter Meelker en heuvel van 13 meter opgeworpen. Zijn zoon heeft de heuvel ontworpen en ook de naam Poolshoogte bedacht. Het maken van de heuvel werd in die tijd met schop en kruiwagen gedaan en om die reden door journalisten beschreven als de ‘Bloedberg’ van Exloo door de bloedblaren die het harde werken opleverden. De top van de heuvel ligt op 38 meter boven NAP. Naar de top leiden twee paden die een zogeheten dubbele helix vormen. Vanaf de top kon de Boswachter zijn Boswachterij goed in gaten gehouden worden: men kon er "poolshoogte nemen".

Schans De Katshaar, is een militaire in Coevorden en is aangemerkt als rijksmonument. Schans de Katshaar is een militaire versterking van opgeworpen aarde. Militaire versterkingen zoals schansen werden in Drenthe hoofdzakelijk in de 17e en 18e eeuw aangelegd. Hun functie was het bewaken van belangrijke verbindingswegen, met name aan de oostgrens. In de zuidoosthoek van Drenthe heeft een aantal schansen gelegen die de wegen beheersten die door het onherbergzame veen naar het Drents Plateau liepen.

Waterpret

Niet het eerste waar je aan denkt op de Hondsrug maar op vele plekken liggen prachtige, al dan niet, goed verscholen wateren. Van grote zwemplassen tot kleine verborgen meertjes en riviertjes, allemaal omringd door prachtige natuur.

De Hunze is een kronkelende beek met voedselrijke moerrassen, broekbos en hooilanden. Deze beek begint aan de oostkant van de Hondsrug, waar het Voorste en Achterste Diep bij elkaar komen en loopt door naar het Zuidlaardermeer. In tegenstelling tot de Drentsche Aa, is de Hunze zeer geschikt voor waterrecreatie. Je kunt op veel plekken in de Hunze zwemmen, kanoën en zelfs vlotvaren!

De Kibbelkoele is een plas in de buurt van de Drentse in de bossen van het Sleenerzand. De plas is ontstaan bij de aanleg van de N381, de Friesland route. Het zand dat nodig was voor het traject van Noord-Sleen naar Emmen is hiervandaan gehaald. De plas heeft brede zandstranden, met een langzaam aflopende bodem.

De Grote Rietplas ligt ten zuiden van Emmen en heeft een populair zandstrand, ruime ligweide en diverse speeltoestellen. Naast zwemmen kun je er goed watersport beoefenen zoals zeilen, surfen of kanoën. Het is mogelijk om een boot te water te laten via de helling. Er zijn buitendouches aanwezig en je kunt er goed parkeren. De Grote Rietplas staat in verbinding met de Kleine Rietplas, waar je een restaurant, snackbar en toiletten vindt.

De Ieberenplas is een gezellige speelvijver naast Schoonloo in de mooie omgeving van boswachterij Grolloo. Het diepste punt van de plas is maximaal twee meter diep en om de plas heen ligt een heerlijk groot zandstrand. Er zijn toiletten en picknickplaatsen beschikbaar bij de Iberenplas en op zomerse dagen wordt de kiosk geopend! In het bosrijke natuurgebied kunnen mooie wandelingen gemaakt worden vanaf de Ieberenplas.

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Je hebt je ingeschreven voor onze nieuwsbrief.

Er is iets fout gegaan tijdens het verzenden. Probeer het nog eens.

Hondsrug Drenthe gebruikt je informatie voor het toezenden van nieuwsbrieven, updates en marketing.